Lay in ''Sea Seat Struggle!'' (Reupl. NL Ver.)
Mijn vervolg op ''Tyina's Big But Small Secret'' en ''So Good You''ll Melt''
Lay in ''Sea Seat Struggle!''
Het is donker in de slaapkamer van Tyina. De Geluierde Tijgerin en ik liggen heerlijk te slapen. Plots gaat langzaam de houten voordeur open, en komt verzorgster Vanessa zachtjes binnengelopen. Ik ben de eerste die het merkt, en ik open mijn ogen: ''H-Hoi, Vanessa'' ''Héé, Lay'' antwoordt Vanessa, ''heb ik je wakker gemaakt? Sorry, liefje. Heb je goed geslapen?'' Ik knik en wrijf met mijn voorpoten de slaap uit mijn ogen. Nu wordt ook Tyina wakker: ''Hé... héé, Vanessa... Leuk dat je er weer bent'' Ook de tijgerin krijgt een aai over haar bol van de verzorgster. Dan loopt Vanessa naar de witte muurkast en komt met een feloranje pak luierbroekjes weer naar buiten, en zegt: ''Weet je wat ik gisteren bedacht had om te doen, jongens? We zouden eens naar het stránd kunnen gaan! Vinden jullie dat leuk?'' Tyina en ik stappen gelijktijdig op de grond, zij vanaf het bed, ik vanaf de commode. ''Oh, ja. Ik hou wel van een dagje strand'' zegt Tyina. ''Oh, eh, ja, ik ook wel'' voeg ik toe, ''maar heel láng vind ik ook weer niet echt prettig. Maar, ik ga wel mee! Ik houd van strandwandelingen!'' ''Nou, oké'' lacht Vanessa terwijl ze het oranje pakket midden op het bed neerzet en het openmaakt, ''laten we jullie om te beginnen allebei eventjes een schone luier aantrekken'' Eén voor één gaan Tyina en ik op onze rug op bed liggen en krijgen we een nieuw, comfortabel luierbroekje om. Vervolgens klimmen we allebei van het bed. Zodra we op de grond staan, zegt Tyina opeens: ''Ik... voel een, eh, tinteling...'' ''Nou, meisje toch'' reageert Vanessa, ''moet je nú al plassen?'' ''Nee hoor, ik ben gewoon droog'' zegt Tyina. ''Ik voel het nu ook, Tyina'' geef ik aan, ''en ik voel... ik voel me alsof ik door een onbekende kracht naar binnen word gedrukt of naar beneden word geduwd'' ''Het zal wel de nieuwe soort luier zijn, jongens'' sust Vanessa, ''goed. Zullen we gaan?'' Wij knikken. ''Oh, wacht even'' zegt Vanessa opeens, ''ik kan mijn autosleutels nergens vinden. Héh... Ik ga even zoeken, dan mogen jullie van mij intussen even een spelletje doen samen op jullie Nintendo'' En Vanessa loopt weg, komt terug met twee rode en blauwe spelcomputers, en gaat dan de sleutels zoeken.
Nu liggen Tyina en ik samen op bed een potje Mario Kart tegen elkaar te doen. De geinige figuurtjes op de schermpjes racen in hun karretjes door mooie werelden. Plots zet Tyina de race op pauze en zegt verbaasd tegen mij: ''Héé... TY, kijk eens wat er met ons gebéúrt'' Ik leg mijn eigen computertje op bed neer, en kijk om me heen. Wat is het bed opeens gróót...! Ik voel iets jeuken binnenin me. Ik kijk naar mijn wittewolvenpoten, en ik kan mijn ógen niet geloven! Ik weet zeker dat ik even geleden met mijn voor- en achterpoten, allebei de bedranden kon raken, maar dat kán ik opeens niet meer! ''We... We krímpen!'' zeg ik verrast, ''we zijn aan het krimpen, allebei!'' Tyina zie ik intussen verwonderd achteromkijken naar haar rug, en vervolgens haar eigen poten bestuderen. ''Je hebt helemaal gelíjk, TY!'' bevestigt ze, ''we beginnen jónger te worden! Kom, laten we snel Vanessa opzoeken, misschien weet zíj wel wat er aan de poot is'' Tyina stapt van het bed, en ik hoor haar luierbroekje over het stof van het matras vegen. Ik klim ook van het bed en loop haastig achter haar aan. We laten onze spelcomputertjes liggen en gaan op zoek naar Vanessa.
Drie minuten gaan voorbij. Nog steeds hebben wij Vanessa niet gevonden. Ze zit niet op het toilet, ze is niet in de hallen van het gebouw, en óók niet in één van de andere kamers waarvan de deuren niet op slot zijn. Tot slot zegt Tyina tegen mij dat we dan maar buiten moeten gaan zoeken. Intussen zijn we beiden alweer zodanig gekrompen dat we wel schoolkinderen lijken! Wanneer we bij de grote, glazen voordeuren van de lobby arriveren, weten Tyina en ik slechts met vereende krachten de gouden deurklink naar beneden te trekken door er samen met elk één poot aan te gaan hangen. Dat zegt eigenlijk al genoeg. Nu de deur open is, rennen we allebei naar buiten. Wat een geluk, daar komt Vanessa nét aanlopen. ''Vanessa!'' roep ik al, ''we-'' ''Jongens!'' antwoordt zij onmiddelijk, verbaasd, ''wat is er met júllie aan de hand?'' De vrouw hurkt voor ons neer, zodat we allebei tegen elk van haar knieën kunnen leunen. ''We...'' hijg ik, ''we... zijn... we worden steeds kléíner...!'' ''Ik zíé het, jongens'' antwoordt Vanessa, ''hoe komt dat toch?'' ''Geen flauw idee'' zucht Tyina terwijl ze gaat zitten, ''zou het misschien komen door de luiers die we nu omhebben?'' ''Nou, kinderen toch'' sust Vanessa. Ze staat weer op: ''Kom maar snel met mij mee, dan gaan we kijken wat we eraan kunnen doen'' Allebei lopen we onrustig achter Vanessa aan, het lobbygebouw weer in. Tyina loopt voor mij uit, de vele trappen op, en ik kan met moeite de lange stenen wenteltrap beklimmen. Intussen zijn we alweer een stuk jonger geworden. Eindelijk arriveren Vanessa, Tyina en ik bij de huiskamer van Tyina, en Vanessa laat ons door de deur naar binnen lopen. ''Nou zeg'' merkt Tyina op, ''ik kom met mijn kop al niet meer boven de commode uit! Dat betekent vast niet veel goeds'' Vanessa helpt ons één voor één op de commode en trekt ons allebei de luierbroekjes uit. ''Jóngens, nou stoppen hoor'' zegt ze vervolgens bezorgd, ''straks kunnen jullie niet eens meer lopen!'' ''Nou, dat kon ik als pup al hoor, Vanessa'' antwoord ik, ''jij ook, Tyina?'' De tijgerin, die op haar beigekleurige, gestreepte rug naast me is gaan liggen, schudt langzaam haar kop: ''Nee... Ik leerde het pas toen ik zo’n twee jaar oud was, als ik het me goed herinner'' Nu ons allebei de luiers zijn uitgetrokken, verdwijnt eindelijk het kriebelende gevoel uit onze lichamen. Ik zeg het tegen Tyina, en zij concludeert: ''Het komt dus door de luiers. Ik denk dat wij even geleden allebei krimpluiers om hebben gekregen -- toen we vanmorgen door Vanessa verschoond werden, bedoel ik. Dat soort luiers zitten, als ik het goed heb, altijd in van die stevige, oranjegekleurde pakken'' Dan kijkt ze naar Vanessa, die net naar de commode is teruggekeerd met één zo’n pak onder haar rechterarm, een paarse dit keer. ''Wat zijn jullie scháttig, jongens!'' kirt ze, ''eens kijken of jullie déze nu zullen passen...'' Tyina en ik liggen allebei op onze rug op de commode afwachtend toe te kijken, terwijl Vanessa het paarse pak op het grote bed neerzet en het openmaakt. Ik zie een groot getal op de voorkant van het pak staan: Een vier. ''Luiermaat víér?'' zeg ik stomverbaasd, ''zijn we alweer zó klein?'' Tyina haalt haar schouders op: ''Misschien wel, TY. We zullen het wel zien'' Wanneer ik me instinctief met mijn achterpoten door de broekspijpen van het luierbroekje laat glijden, sta ik páf. Het pást ook nog! ''Tyina, het pást mij gewoon!'' roep ik uit. Dan is Tyina aan de beurt. Het luierbroekje dat zij omkrijgt, zit ook als gegoten! ''M-Mij ook! H-Het past mij ook al!'' stottert Tyina, ''weet je wat dit betekent, TY?'' Ik kijk haar aan. Wanneer Tyina merkt dat ik het antwoord op haar vraag niet kan geven, geeft ze het zelf: ''Dit betekent dat we alweer kléúters zijn!'' Zij lijkt er minder van te zijn geschrokken dan ik. Tyina is eerder verrást door de situatie. Maar dán bedenk ik me opeens dat dit ook kánsen kan bieden. Vanessa zei ons toch enige tijd geleden dat we naar het strand toe zouden gaan? Nou, misschien kunnen we wel van onze huidige leeftijden gebruikmaken! ''Hoe... hoe oud zijn we nu eigenlijk?'' vraag ik aan Vanessa. ''Oei, ik denk...'' zegt Vanessa langzaam, ''víjf? Víér, misschien zijn jullie wel dríé jaar!'' Voorzichtig tilt ze ons van de commode en draagt ze ons met beide armen door de kamerdeur naar buiten, de wenteltrap af. Het paarse luierpak heeft Vanessa intussen in een grote winkeltas weggestopt die ze vervolgens over haar schouder heeft geslagen. We worden helemaal naar beneden gedragen, en tot die tijd klampen Tyina en ik ons zo goed als we kunnen vast aan de schouders van Vanessa.
Eénmaal beneden aangekomen, zet Vanessa ons één voor één op de grond, en ze wenkt ons om achter haar aan te komen. Buiten zien we een kleine, groene auto staan, die op het nabije parkeerterrein is neergezet. Vanessa leidt ons erheen, opent één van de passagiersdeuren en zegt dat wij achterin de auto op de bank mogen gaan zitten. ''Nou, kinderen'' begint ze, terwijl wij de achterbank opklauteren, ''ga allebei maar rechtopzitten, dan doe ik jullie de gordels wel even om'' Ik laat me, net als Tyina, met de onderkant van mijn knisperende luierbroekje op het zachte leer ploffen. Vanessa ziet dat ik met mijn kopje nauwelijks boven het zijraam uit kan komen, en zegt: ''Oh. Lay, ik zie dat je een verhoginkje nodig hebt. Kom maar eventjes overeind, dan zal ik een zitje voor je pakken'' Ik richt me op, beweeg me weg van mijn zitplaats en wacht. Na wat te hebben gerommeld in de achterbak, komt Vanessa weer tevoorschijn, met een leren zitje met plastic leuninkjes eraan. Dat maakt ze vervolgens vast aan de grote achterbank met wat gordels. Dan tilt ze mij op en plant ze mij in het zitje. ''Ziezo, nou de riempjes nog...'' mompelt ze. Ik krijg een harde, smalle gordel om, die van de ene kant van mijn middel tot aan mijn schouder aan de andere kant wordt vastgemaakt. Ik zit. ''Eh... moet ik ook in een zitje, Vanessa?'' vraagt Tyina. ''Nou, ik denk niet dat jíj dat nodig hebt, meisje'' antwoordt Vanessa, ''voor zover ik kan zien kom jij gewoon met je hoofdje boven de rand van de deur uit. Het mág wel, als je het wilt'' ''Nou, ik ben tóch al zo’n grote kleuter die haar luier niet droog kan houden'' grapt Tyina, ''ik vind het niet erg als ik ook in zo’n kinderstoeltje moet zitten, hoor'' En dus gaat Vanessa kijken of ze nóg een kinderzitje achterin heeft liggen. Dat heeft ze. En wanneer Tyina veilig en wel in haar stoeltje zit, stapt Vanessa achter het stuur en rijden we richting het strand.
Al een minuut of vier zitten Tyina en ik, vanuit onze zitjes, ieder door ons eigen raam naar buiten te kijken. Intussen praten we met elkaar over wat we op het strand zullen gaan doen; of er misschien andere kinderen zijn waarmee we lol kunnen maken; of de golven lekker maar niet te wild zullen zijn. En wellicht kunnen we aan het eind van de dag wel met z’n drieën iets lekkers eten op een terras! ''Eh... Vanessa'' zeg ik, terwijl ik met een pootje over mijn luierbroekje aai, ''ik denk dat ik moet plassen'' ''Oh, lieverd'' antwoordt Vanessa terwijl ze mij met behulp van de achteruitkijkspiegel aankijkt, ''moet je héél nodig? Houd je nog éventjes in, we zijn er bijna. Kun je dat?'' Ik knik. Maar juist op dat moment zie ik dat Tyina naast mij het ook moeilijk kan ophouden, en dus moet ze het allemaal meteen laten lopen. Haar luierbroekje begint dikker te worden, en vervolgens voelt Tyina dat het soppig wordt en begint te slinken. Vanessa zucht. Niet uit irritatie, maar uit bezorgdheid. Tja, als je zo klein bent kun je er vaak niks aan doen. Beduusd kijkt de arme kleutertijgerin naar haar plastic zitje, dat nu ook nat begint te worden. ''Nou, niet getreurd, liefjes'' troost Vanessa, ''kijk eens! We zijn er eindelijk'' Ik geef Tyina een schouderklopje, maar ik sta ook op springen en moet uitkijken dat ik niet óók de halve achterbank onder plas. Dan voelen we de auto tot stilstand komen en maakt Vanessa de deur aan Tyina’s kant open. ''Meisje toch...'' troost ze. Ze haalt een tissue uit een klepje dat zich naast de airbags bevindt, en begint zowel Tyina’s onderlichaam als het natte gedeelte van het zitje en de achterbank langzaam droog te deppen. Wanneer ze daarmee klaar is, verlost ze ons allebei uit onze kinderzitjes, door de gespen die om onze buikjes zijn gesnoerd los te klikken. Dit doet ze met van die rode drukknoppen, die je meestál in auto’s aantreft. Tyina is de eerste die de auto uitklimt, en meteen ploft ze met haar natte luierbroekje (''Kuch! Auwie!'') op de hete, stoffige grond neer. Dan kom ik ook de auto uit, en ik kom keurig met allevier mijn witte pootjes op de grond terecht. Het felle zonlicht prikt in mijn ogen, en wanneer ik ze dicht knijp en weer open doe, zie ik dat Tyina door Vanessa wordt opgetild. ''Kom je ook, Lay?'' vraagt Vanessa, ''daarginds zie ik een WC-hokje, daar zal ik jullie verschonen!'' Ik wil nét een stap zetten, maar dan voel ik iets. Er stroomt iets warms langs mijn vacht tussen mijn achterpootjes, en ik voel mijn luierbroekje zwaarder worden. ''Oh'' zeg ik zacht, ''wel, het zou niet lang duren voordat ik óók nodig moest, en ik ben blij dat ik het heb kunnen ophouden toen we nog in de auto zaten'' Ik sta tegen mezelf te praten, want Vanessa is intussen al met Tyina naar de toiletten toe. Ik waggel erachteraan.
Terwijl ik op de WC-ruimte afloop, kijk ik verwonderd in de richting van het strand. Er is hier totaal niemand! Het hele strand is leeg. Het enige dat ik kan zien, zijn een opblaasband met een flamingokop, met een zonnebril erop getekend; een achtergelaten, afgetrapte bal bestaande uit een geelkleurige stof; en een klein, felgekleurd speelgoedvrachtwagentje dat op z’n kant ligt en gedeeltelijk met zand is bedekt. ''Hier zijn dus al een aantal kinderen geweest'' mompel ik, ''maar ze zijn vergeten hun spullen weer mee naar huis te nemen...'' Ik besluit er niet meer op te letten, want ik hoor Vanessa vanuit de WC-ruimte mijn naam roepen: ''Lay? Kom maar! Híér zijn we, hier binnen! Kom maar, jochie!'' Blijkbaar was ik even afgeleid. Eindelijk loop ik het gebouw van dik steen binnen, en daar zie ik Vanessa staan, die de schoudertas met zich mee heeft genomen en nu kleine Tyina aan het afdrogen en aan het verschonen is op een uitklapbare commode. ''Nou nou, Tyina'' zegt Vanessa, ''kom, ga nou eens rustig op je rug liggen. ...góéd zo. Grote méíd ben je toch! Daar komt-ie dan...'' Vanessa trekt de kleine tijgerin haar natte luier uit, maakt haar schoon met een handdoek en helpt haar uiteindelijk met haar achterpootjes door de pijpjes van een ietwat anders ogende luier. Tot slot geeft Vanessa Tyina, die speels met haar voorpootjes door de lucht slaat, een liefdevol neusje. ''Zó, dat is één!'' spreekt Vanessa, en ze tilt Tyina van de commode en zet haar op de tegelvloer neer. Dan kijkt Vanessa in mijn richting: ''Ah. Lay, dáár ben je dan! Kom, dan krijg jij óók je zwemluier om. Kunnen jullie straks lekker in het water met de andere kinderen spelen'' ''Er zíjn geen andere kinderen'' spreek ik tegen. ''Eh... oh nee?'' vraagt Vanessa verbaasd. ''Nee'' zeg ik, terwijl ik op de commode wordt geholpen en net als Tyina een zwemluier omkrijg, ''er is daar werkelijk níémand. Het enige dat ik zag liggen was een gele voetbal, een opblaasband en een speelgoedvrachtwagentje'' Vanessa maakt mijn zwemluier iets steviger vast en zet mij vervolgens vlakbij Tyina neer, op de gladde tegelvloer. Dan loopt zij de hoek om, stapt door de deuropening naar buiten toe, en ziet buiten precies wat ik net aan spullen opnoemde. Tyina en ik lopen achter Vanessa aan, de hete zon tegemoet. ''Nou, dat is ook wat'' zegt Vanessa verbaasd, en ze zet haar handen in haar zij, ''je zou toch denken dat er op dit strand een heleboel mensen rondlopen, met dit mooie weer?'' Tyina en ik knikken. Dan zetten we ons in beweging. Tot nu toe bevonden we ons alledrie op een stoffige, korrelige grond, maar die wordt met iedere stap die we zetten zanderiger. Tenslotte lopen we naast elkaar over niks anders dan heet strandzand. Ik blijf eventjes staan wanneer ik in de verte iets langwerpigs en roods denk te kunnen spotten. Tot dan toe dacht ik dat ik daar een slanke man in een rode regenjas zag staan, maar naarmate ik eropaf ren, blijkt het gewoon een ingeklapte rode parasol aan een stokkie te zijn! En van het witte metaal waaruit de in het zand geplante paal bestaat, dacht ik dat het de witte broek van de ''man'' was. Kinderen en hun verbeelding ook altijd!
Tyina ziet dat ik het eindelijk doorheb en moet lachen: ''TY, da's toch geen mán, gekkie, dat is een parasól!'' Ik kijk om en lach verlegen terug. Vanessa vindt het ook grappig. Tyina heeft intussen de gele voetbal en de opblaasband met de flamingokop ontdekt: ''Jongens! Kijk eens wat ik hier allemaal zie liggen! Hiermee kunnen we in de zee spelen!'' Ik loop nieuwsgierig op de tijgerin af en mijn korte witte staartje zwaait opgewonden heen en weer. ''Weten jullie zeker dat deze dingen niet van andere mensen zijn, kindjes?'' waarschuwt Vanessa ons. ''Waar zie jij dan andere kinderen?'' is het brutale maar lief bedoelde antwoord van Tyina, die de gele bal met een poot oppakt. ''Nou'' legt Vanessa uit, ''straks komen de mensen hier misschien wel terug om hun vergeten spulletjes op te halen, en dan is het toch niet leuk als zij zien dat wij er zomaar mee spelen?'' Daar zegt Vanessa wat. Maar zodra zij onze teleurgestelde gezichtjes ziet, neemt ze een besluit: ''Weet je wát? We spelen er héél even mee, en dan leggen we al deze spulletjes wel naast de WC-ruimte; daar zag ik net namelijk een lage metalen bak op de grond staan, en ik denk dat daar de gevonden voorwerpen in horen te liggen'' Tyina en ik gaan met onze dikke zwemluiers in het warme zand zitten en geven elkaar een high-five. Vervolgens rent Tyina, met de gele bal tussen haar tandjes geklemd, van ons weg, en ik ren erachteraan. Alleen let ik niet op het plastic speelgoedvrachtwagentje dat in het zand ligt, en ik blijf er pardoes met een achterpootje aan haken. Vervolgens val ik voorover en plof ik met mijn buikje in het zand neer. Vanessa wil mij helpen om overeind te komen, maar kan haar gegrinnik niet verbergen. Ik krabbel zelf overeind en schud dan het zand uit mijn witte vachtje. Ik geloof dat ik inmiddels ook zand in mijn luier heb zitten. Ik voel eraan, maar nee. Geen zand in m’n luier. Gelukkig. Ik kijk naar rechts, en zie daar Tyina met haar gele bal in de richting van de golven lopen. ''Mag ik ook mee, Vanessa?'' vraag ik aan de verzorgster, terwijl ik ongeduldig met een pootje aan haar broek trek. Maar Vanessa heeft helemaal geen aandacht voor mij. Ze roept enkel: ''Tyina! Tyina, kom eens terug!'' Maar de kleine tijgerin hoort het geroep niet. Zij is alleen maar bezig met haar gele balletje en de golven van de zee – de zee die inmiddels steeds ruiger begint te worden.
Geschrokken kijk ik toe hoe Vanessa haar schoudertas op de grond gooit, bij mij vandaan rent en met haar schoenen nog aan het water in stapt. Het moment daarop verschijnt een grote golf aan de horizon. Ik durf te wedden dat die golf wel twee meter hoog is! Nu besluit ik ook in actie te komen, en ook ik ren nu op de zee af en spring het water in. Het zeezout prikt in mijn ogen terwijl ik de ene golf na de andere weet te trotseren. Wanneer Tyina Vanessa’s geroep eindelijk hoort, kijkt ze in de richting waar ze denkt dat het vandaan komt. Daardoor ziet ze de enorme golf niet aankomen, die haar met bal en al moeiteloos opslokt en met grote kracht verder de zee in sleurt! Vervolgens, geschrokken, doet ze wat ieder kind in deze situatie zou doen: Tyina begint wild om zich heen te slaan en te schoppen met al haar pootjes. Een paar seconden is ze met haar kop onder water, en ze hapt dan ook zwaar naar lucht wanneer ze eindelijk weer boven weet te komen. Plotseling ziet ze iets groots heel vlug op haar afkomen. ''H-Haai!'' roept ze uit. Het gedrocht pakt haar stevig bij haar middel vast en beweegt zich met moeite in de richting van het strand. Hierbij komt de doodsbange Tyina nóg een keer met haar kop onderwater, maar zodra ze weer boven komt, ontdekt ze tot haar gróte opluchting, dat ze al die tijd werd vastgehouden door de handen van onze trouwe verzorgster Vanessa. Intussen heb ik alle moed bij elkaar geraapt en ben ik mij zo goed als ik kan door het golvende water aan het voortbewegen. ''Tyina!'' roep ik geschrokken, ''Tyina, gaat ’t goed met je?!'' Tyina kan alleen maar hoesten, en ze voelt hoe Vanessa haar optilt, met haar over een schouder geslagen met stevige passen door het zeewater loopt en uiteindelijk de zee uitstapt. Dan haalt Vanessa de kleine tijgerin van haar schouder en legt ze de kleine drenkeling neer in het zand, een aantal meter bij het gevaarlijk golvende zeewater vandaan. ''Nou, nou, meid toch!'' troost ze, ''wat was je nou aan het dóén? Je verdronk bijna!'' Intussen ben ik ook het water uitgekomen, en ik schud mijn doorweekte witte vacht droog. Nu opent Tyina langzaam haar oogjes. ''V-Vanessa...'' kreunt ze, ''je... je hebt me g-gered...'' ''Meisje, kom eens hier'' sust Vanessa, ''hoorde je mij niet roepen vanaf de kust? Hm?'' Tyina schudt haar kopje, maar ze durft verder niks te zeggen. Dan kucht ze een aantal keer. Ze kijkt opzij en ziet dat ik, net zo nat als zij, bij haar ben gaan zitten. ''Gaat ’t wel, Tyina?'' vraag ik nogmaals. ''H-Het... (Kuch!) ...het gaat alweer, TY...'' kreunt Tyina nu. Dan richt de kleine tijgerin zich tot Vanessa: ''Ik... ik dacht... (Kuch!) ...dat ‘r een háái op me af kwam zwemmen'' ''Dat was Vanessa die jou probeerde te redden'' leg ik uit. Nu lukt het Tyina om zich op haar buik te draaien, zodat ze met haar staart in onze richting, op haar buik in het zand komt te liggen. Dan staat Tyina langzaam op en schudt ze zichzelf zo goed als ze kan droog. Vanessa moet een stap achteruitzetten om niet natgespetterd te worden! Tot slot draait Tyina zich om en begint ze uitbundig kopjes te geven tegen het linkerbeen van Vanessa. ''Dánk jullie wel'' zucht Tyina, ''als ik jullie niet had, was ik nu door de zee opgeslokt!'' Vervolgens omhelst ze mij, en ik pak mijn vriendinnetje stevig vast en knuffel haar. ''Het geeft niet, lieverd'' troost Vanessa, terwijl ze de kleine tijgerin een aai over de rug geeft, ''maar je moet wel uitkijken, hé, met de zee. Je kunt zomaar door de branding het water in getrokken worden'' Ik laat Tyina los en denk na: Zou Tyina weten wat een branding is? Weet ik dat eigenlijk zélf wel? Het doet er niet toe. Tyina is gered. Daar gaat het nu om. ''Komen jullie, kinderen?'' vraagt Vanessa terwijl ze voor ons uit loopt, ‘''k zal jullie in de toiletten allebei een schone luier omdoen, en dan gaan we naar huis'' Ik kijk verbaasd naar Vanessa: ''M-Maar we zouden toch... met z’n drieën iets lekkers gaan eten op ’n terras, voordat we weggingen?'' ''Oh ja'' zegt Vanessa dan, ''je hebt helemaal gelijk, Lay. Nou, dan gaan we terug naar de auto, en van dááruit zullen we een eettentje gaan zoeken. Oh, en ik zie daar m’n tas nog liggen, die zal ik maar snel oprapen'' Ik loop achter Vanessa aan, en Tyina volgt me. Met z’n drieën wandelen we over het strand terug naar de parkeerplaats.
Daar, in één van de stoffige vakken, zien we de groene auto van Vanessa staan. Verschillende ramen zitten inmiddels ónder het stof, en Tyina en ik beginnen te hoesten wanneer Vanessa de achterklep openmaakt. De tas heeft ze nog steeds om haar schouder. We zien dat Vanessa iets groots en zwarts naar buiten trekt en het openvouwt. Voor onze neus staat nu een grote, zwarte buggy, met een metaal geraamte en vier kleine wieltjes van hard plastic. ''Deze heb ik dus voor jullie meegenomen, jongens'' spreekt Vanessa, ''maar nou ga ik jullie éérst even allebei een schoon luierbroekje aantrekken, want dat hebben jullie ongetwijfeld hárd nodig'' Eigenlijk wilde Vanessa ons in de toiletruimte verschonen, want dát zei ze immers tegen ons, op het strand. Maar we hoeven nu niet meer naar de toiletruimte; nu heeft Vanessa híér de tas op de grond gezet, en ze haalt er meteen twee luierbroekjes voor ons uit. Eén voor één gaan Tyina en ik in de laadruimte van de auto liggen. We worden met een doek van het zoute zeewater in onze vachten ontdaan en krijgen vervolgens allebei een droog luierbroekje aan. ''Kom, kindjes'' zegt Vanessa dan, ''klim maar in de buggy en ga lekker zitten, dan gaan we met z’n drietjes een leuk restaurantje opzoeken!'' Dat laten wij ons geen tweede keer zeggen! Allebei glijden we in onze schone luierbroekjes de laadruimte van de auto uit. Zonder enige moeite klauteren Tyina en ik vervolgens in de buggy, en we laten ons in de zachte zitplaatsen van leer zakken. ''Zitten jullie lekker?'' wil Vanessa weten. ''Ja hoor'' zucht Tyina terwijl wij ons allebei ontspannen, ''we smélten weg in onze schone luiers'' Ik ben het helemaal met mijn grotere kleine vriendin eens! ''Nou, daar gaan we dan'' sluit Vanessa af. En ze rolt de buggy voor zich uit. Tyina en ik geven elkaar vanuit de buggy een high-five. Op naar het restaurant!
Het café is niet ver weg. Nadat Vanessa ons in de buggy over een grindpaadje heeft gereden, dat de parkeerplaats met een laan van huizen verbindt, kan ik vanuit mijn zitplek al een paar tafeltjes voor een groot huis zien staan. Tyina en ik worden in de buggy over een houten oprijlaan gerold, zodat we de van metaal gemaakte eettafels vanuit een dichterbij perspectief kunnen bewonderen. Wat is alles toch gróót wanneer je een tweetal kinderen bent dat in een kinderwagen zit! ''Hier is 't óók al zo verlaten'' merk ik op. ''Ik hoorde vanaf het strand ook helemaal niemand'' vult Vanessa aan, ''misschien is iedereen wel naar z’n werk en naar school!'' ''Nou'' spreekt Tyina tegen, ''als er nu werk zou moeten worden gedaan, dan zou daar toch echt wel iemand achter de bar staan'' Daar moeten Vanessa en ik de kleutertijgerin gelijk in geven. Juist op dat moment horen we een stem vanuit de open bar in de hoek van het terras: ''Héé, hallo! Kan ik U helpen, mevrouw?'' Vanessa kijkt in de richting van de bar, en ziet dan een dikke man in een keukenoutfit achter de houten toonbank naar ons zwaaien. Vervolgens tilt ze ons allebei uit de buggy en loopt ze, met ons ieder op een schouder, op de bar af. ''Ik wilde iets lekkers bestellen voor mij en voor deze twee kinderen'' vertelt ze. ''Nou, zeg mar wat jullie hebbe wille'' spreekt de man op een platte toon. Ik kijk naar een kleurig bord dat binnen aan het plafond hangt, en ik kies een raketijsje. Tyina wijst met haar klauwtje naar een ijslolly die op het bord is afgebeeld, in het bovenste rechterhoekje. Vanessa betaalt, en neemt voor ons de door ons uitgekozen lekkernijen aan. Dan geeft Vanessa de ijsjes aan ons en loopt ze naar een hoge houten tafel, die in een hoekje tegen een muur in de schaduw staat. En niet veel later staat Vanessa trots toe te kijken hoe wij, in twee voor ons gereserveerde, witte kinderstoelen, van onze ijsjes zitten te smikkelen. ''Och, Lay, kindje'' zegt ze wanneer ze een roodoranje straaltje langs mijn kin en mijn buikje naar beneden ziet druipen, ''je lekt'' Ik kijk verward naar het luierbroekje dat ik omheb: ''Ik ben nog gewoon droog, hoor'' Vanessa lacht. ''Nee, liefje'' zegt ze, ''ik bedoel je ijsje. Het is aan het smelten'' Dan zie ik eindelijk wat Vanessa bedoelt. Al vóór ik met mijn lege pootje over mijn buik kan vegen, heeft onze verzorgster mij al schoongemaakt met een dun servetje, dat ze van het tafeltje heeft gepakt. ''Ik vind m'n ijsje lekker, Vanessa!'' zegt Tyina, die naast mij haar ijslolly al bijna opheeft. Haar toet zit echter óók helemaal onder de witte en bruine kleverige restanten van de lolly. Ook de kleine tijgerin wordt door Vanessa met een doekje schoongemaakt. ''Ja? Vind je 'm lekker?'' kirt Vanessa dan. Tyina knikt tevreden. ''Vind jij jouw ijsje ook lekker, Lay?'' vraagt Vanessa dan aan mij. ''Ik vind 't heerlijk, Vanessa!'' antwoord ik. Nogmaals druppelt er een beetje ijs langs mijn zwarte neusje en over mijn witte kinnetje naar beneden. Vanessa maakt me schoon met een nieuw servetje. Wanneer Tyina en ik onze ijsjes allebei ophebben, worden we uit onze witte hoge kinderstoelen gehaald en weer naast elkaar in de buggy gezet. Tenslotte rijdt Vanessa ons het terras af en terug naar de auto, die nog altijd op ons wacht op de parkeerplaats.
Wanneer we bij de knalgroene auto aankomen, controleert Vanessa onze luierbroekjes. Tyina en ik liggen hiervoor weer op onze rug in de laadruimte van de auto. ''Ja hoor, ik heb weer in m'n luier gepoept, Vanessa...'' zucht Tyina, ''kleine, kleine baby die ik ben'' ''Nou nou, Tyina meisje'' sust Vanessa, terwijl ze een paar luierbroekjes uit het paarse pak haalt dat ze onderin de buggy heeft gestopt, ''je hoeft jezelf toch niet te kleineren, enkel omdat je incontinent bent?'' Maar uiteindelijk snapt Vanessa wel waarom Tyina zo over zichzelf denkt, helemaal nu we zijn verkleind tot kleuters. Ik voel nu ook met een pootje aan de voorkant van mijn eigen luierbroekje, en dat is inmiddels óók nat. Iedere keer dat ik een stukje van het waterijsje doorslikte, smolt dat stukje in mijn buikje, en al dat water moet er op den duur ook weer uit. Nadat Vanessa ons allebei een schoon luierbroekje heeft aangetrokken, zegt ze dat we allebei aan één kant van de auto op de achterbank kunnen gaan zitten. Dat doen we, en in no-time zitten we keurig met onze riemen om, in onze eigen kinderzitjes, achter in de auto. Tenslotte klapt Vanessa de buggy in en stopt ze die veilig weg in de laadruimte. Terwijl Tyina en ik in onze schone luierbroekjes nakletsen op de achterbank, rijdt Vanessa terug naar de grote stad, om ons daar vervolgens allebei uit de auto te laten stappen -- met wat nodige hulp van Vanessa, natuurlijk. Daarop bewegen we ons richting de grote glazen deuren van het Lobbygebouw. ''Wij tweeën konden, toen we nog aan het krimpen waren, nét niet bij de deurklink, Vanessa'' legt Tyina uit. ''Nee'' voeg ik toe, ''maar toen sprongen we allebei tegen de gouden klink op en hingen er samen aan. En toen ging-ie open!'' Vanessa lacht: ''Nou, nu hoeven jullie dat niet te doen, kindjes. Ik zal de deur wel voor jullie openmaken. En jullie zijn intussen alweer véél te klein – jij ook hoor, Tyina – om de deurklink te bereiken'' Daarop opent Vanessa de deur, zodat we alledrie naar binnen kunnen en de wenteltrap kunnen trotseren. ''Ho, kinderen, ik kan dat niet zo snel als jullie, hoor'' zegt Vanessa nog tegen ons. Maar wij zijn al naar boven aan het klauteren. Tyina roept mij, want ik ben al verder gekomen dan Vanessa en zij. Daarop sta ik stil en wacht ik rustig tot Vanessa en Tyina mij bereikt hebben. Dan zetten we met z’n drieën onze klim voort. Tyina haalt mij in, en is daarom de eerste die de deur van haar kamer bereikt zodra we daar arriveren. Rustig gaat Tyina zitten, en ze wacht tot Vanessa de kamerdeur voor haar opent – ze is momenteel ook te klein om bij déze deurklink te kunnen. Nadat we alledrie de kamer binnen zijn gelopen, doet Vanessa de deur achter zich dicht en zet de tas, die ze nog altijd over haar schouder heeft, neer naast het bed dat in de kamer staat. ''Zo, kindjes, we gaan een slaapje doen'' zegt Vanessa terwijl ze het luierpak uit haar tas haalt, ''jullie zullen wel moe zijn allebei, nadat dat dagje op het strand een onverwachte wending nam, hé?'' Braaf gaat Tyina op het bed liggen: ''Ik ben nog helemaal niet moe, hoor'' Maar een grote gaap die volgt, verraadt haar. Ik moet toegeven dat ik zelf óók best zin heb om te gaan slapen. Uitgeput klauter ik ook op het grote bed en plof ik neer op mijn buik, vlak naast mijn oudere kleine tijgervriendinnetje. Allebei draaien we ons op onze rug, en we voelen hoe Vanessa ons de luierbroekjes uittrekt en ons allebei een schoon luierbroekje omdoet. Ik kijk verbaasd wanneer ik erachterkom dat ík nu degene ben die in zijn luier heeft geplast. Tyina is, sinds wij na onze luiercheck op de parkeerplaats bij het strand uit de laadruimte van de groene auto gleden, droog gebleven. ''Ik denk...'' zeg ik grinnikend tegen Tyina, ''...dat ik nu een kleinere baby ben dan jij, Tyina'' ''D’aww, TY...'' antwoordt zij, ''dat is toch leuk, om eens zo'n gevoel te hebben? Ik vind 't niet erg. Verschil moet er zijn, toch?'' Ik knik. Dan worden we allebei door Vanessa opgetild en aan het kusseneind van het bed gelegd. Tot slot stopt Vanessa ons beiden toe door het warme laken over ons heen te leggen en ons welterusten te zeggen.
De volgende ochtend begint met een aantal zwakke zonnestralen, die de gebouwen van de stad verlichten en nog net tussen de gordijnen en het raamkozijn van Tyina's kamer door weten te schijnen. Tyina is de eerste die haar ogen opent. Ze kijkt opzij en ziet dat ik nog lig te slapen. De Geluierde Tijgerin bekijkt haar poten, en denkt: ''Nee máár! We zijn weer groot! We zijn onszelf weer! Zijn we vannacht weer gegroeid tot volwassenen?'' Tyina knippert de slaap uit haar ogen, en dan gaat de voordeur van de kamer open. Vanessa komt zachtjes binnen, om te kijken hoe het met haar twee kleine bolletjes vacht gaat. Alleen zijn die twee kleine bolletjes vacht nu niet zo klein meer. Vanessa wil tegen Tyina zeggen dat ze verrast is doordat ze ons weer als volwassenen aantreft. Maar voordat ze dat kan doen, kijkt de tijgerin haar in de ogen en zegt zacht: ''Ssst... TY slaapt nog'' Daardoor kan Vanessa haar zin niet afmaken, maar Tyina weet al wat Vanessa wil zeggen. Ik hoor intussen óók wel wat er gebeurt, maar het stoort mij niet. Ik blijf gewoon lekker doorslapen. Ik heb allang gemerkt dat onze verzorgster de kamer binnen is gekomen. Uiteindelijk doe ik dan toch maar mijn ogen open, en wanneer ik omkijk, zie ik dat Vanessa aan mijn kant van het bed is gaan staan om ons allebei te aaien. Nu ze weet dat wij beiden wakker zijn, durft ze tegen ons te zeggen: ''Kijk nou... Jullie zijn weer gróót, jongens. Jullie zijn weer volwassenen'' Tyina draait zich op haar rug en duwt haar helft van het laken van zich af. ''Ja, we zijn dan wel weer groot...'' zegt ze lachend, ''...maar toch konden we onze luiers vannacht niet droog houden. Ik niet, althans'' Ik rek me uit: ''Ik ook niet hoor, Tyina. Onze luierbroekjes zijn misschien met ons meegegroeid, maar ik durf te wedden dat we vóór onze groei nog flinke peuters waren, als je in acht neemt hoe schoon onze broekjes nu zijn. Want, eh... dat zijn ze namelijk níét. Kijk maar'' En wanneer ik Tyina en ook Vanessa mijn luierbroekje laat zien, ontdekken we alledrie dat ik net als Tyina óók in mijn luier heb geplast. ''Jij moest volgens mij een grote boodschap doen door die chocolade ijslolly, Tyina'' concludeert Vanessa, ''en jij, Lay, waarschijnlijk heb jij vannacht nog het laatste beetje van je raketijsje in je luier uitgeplast'' Vanessa aait ons allebei, en verdwijnt vervolgens in het luiermagazijn om met een nieuw pak terug te komen. Het is nog helemaal afgesloten, dus het is splinternieuw. Ik ga nu ook op mijn rug liggen, en we horen het zachte geknisper van twee stevige broekjes, die Vanessa uit het luierpak heeft gehaald nadat ze het aan de bovenkant heeft opengereten. ''Jullie zijn dan wel weer volwassen'' spreekt Vanessa terwijl ze ons allebei nog eens aait, ''maar ik denk...'' En ze doet ons langzaam één voor één de luierbroekjes om: ''...dat jullie deze alletwee wel goed kunnen gebruiken'' Tyina en ik knikken. Ik voel dat de dikke, witte stof van mijn luierbroekje mijn middel inpakt. Dan kijk ik, net als vanochtend, naar het luierpak en zie ik weer een getal erop staan. Ditmaal is het een acht. Tyina ziet dat ik naar het getal kijk en zegt: ''Nou TY, het is in ieder geval geen maatje vier meer, hé?'' Ik knik. ''Maar goed'' gaat Tyina verder, ''Fyanna zei altijd: Hoe groot of hoe klein je ook bent, er is áltijd wel een luier die je past!'' ''En wie in de luier pást...'' zeg ik. En Tyina maakt de zin af: ''...wie in de luier plást! Haha!'' We lachen allebei. We draaien ons tegelijkertijd op onze buik om languit te gaan liggen en te ontspannen. Doordat ik zo dicht bij Tyina lig, kan ik het niet laten om eventjes met mijn zwarte snuit aan de vacht van de Geluierde Tijgerin te snuffelen. ''Je ruikt erg... zout'' zeg ik. Tyina lacht, en opeens herinnert ze zich wat er vanmiddag met haar gebeurde op het strand. ''Dánk je, TY'' zegt ze. ''Eh... beschouw je het als een compliment?'' vraag ik verbaasd. ''Nee, TY'' antwoordt Tyina, ''nee, ik bedoel, dankjewel dat je mij van de verdrinkingsdood hebt gered, temidden van al het zeewater. En jij ook bedankt, Vanessa'' Ik omhels mijn tijgervriendin. Maar ere wie ere toekomt, eigenlijk vind ik dat vooral Vanessa een rol heeft gespeeld in het voorkomen van Tyina’s verdrinking als kleutertijgerwelpje. Dus terwijl ik Tyina een goeie hug geef, kijk ik over haar beige, gestreepte schouder heen, in de ogen van onze verzorgster Vanessa. ''We zijn je allebei dankbaar, Vanessa'' zeg ik. De reactie van Vanessa is een liefdevolle aai over onze koppen. Ik beloof Tyina dat ik, omdat ze mijn vriendin is, beter op haar zal letten. Op haar beurt belooft Tyina mij dat ze voortaan voorzichtig zal doen in de buurt van de zee, ook al is een tijger de enige kattensoort die dol is op water. Als herinnering aan dit avontuur, bezit Tyina nu de heerlijke zoute geur van de zee, en geloof het of niet: Daar is ze trots op!
EINDE
Lay in ''Sea Seat Struggle!''
Het is donker in de slaapkamer van Tyina. De Geluierde Tijgerin en ik liggen heerlijk te slapen. Plots gaat langzaam de houten voordeur open, en komt verzorgster Vanessa zachtjes binnengelopen. Ik ben de eerste die het merkt, en ik open mijn ogen: ''H-Hoi, Vanessa'' ''Héé, Lay'' antwoordt Vanessa, ''heb ik je wakker gemaakt? Sorry, liefje. Heb je goed geslapen?'' Ik knik en wrijf met mijn voorpoten de slaap uit mijn ogen. Nu wordt ook Tyina wakker: ''Hé... héé, Vanessa... Leuk dat je er weer bent'' Ook de tijgerin krijgt een aai over haar bol van de verzorgster. Dan loopt Vanessa naar de witte muurkast en komt met een feloranje pak luierbroekjes weer naar buiten, en zegt: ''Weet je wat ik gisteren bedacht had om te doen, jongens? We zouden eens naar het stránd kunnen gaan! Vinden jullie dat leuk?'' Tyina en ik stappen gelijktijdig op de grond, zij vanaf het bed, ik vanaf de commode. ''Oh, ja. Ik hou wel van een dagje strand'' zegt Tyina. ''Oh, eh, ja, ik ook wel'' voeg ik toe, ''maar heel láng vind ik ook weer niet echt prettig. Maar, ik ga wel mee! Ik houd van strandwandelingen!'' ''Nou, oké'' lacht Vanessa terwijl ze het oranje pakket midden op het bed neerzet en het openmaakt, ''laten we jullie om te beginnen allebei eventjes een schone luier aantrekken'' Eén voor één gaan Tyina en ik op onze rug op bed liggen en krijgen we een nieuw, comfortabel luierbroekje om. Vervolgens klimmen we allebei van het bed. Zodra we op de grond staan, zegt Tyina opeens: ''Ik... voel een, eh, tinteling...'' ''Nou, meisje toch'' reageert Vanessa, ''moet je nú al plassen?'' ''Nee hoor, ik ben gewoon droog'' zegt Tyina. ''Ik voel het nu ook, Tyina'' geef ik aan, ''en ik voel... ik voel me alsof ik door een onbekende kracht naar binnen word gedrukt of naar beneden word geduwd'' ''Het zal wel de nieuwe soort luier zijn, jongens'' sust Vanessa, ''goed. Zullen we gaan?'' Wij knikken. ''Oh, wacht even'' zegt Vanessa opeens, ''ik kan mijn autosleutels nergens vinden. Héh... Ik ga even zoeken, dan mogen jullie van mij intussen even een spelletje doen samen op jullie Nintendo'' En Vanessa loopt weg, komt terug met twee rode en blauwe spelcomputers, en gaat dan de sleutels zoeken.
Nu liggen Tyina en ik samen op bed een potje Mario Kart tegen elkaar te doen. De geinige figuurtjes op de schermpjes racen in hun karretjes door mooie werelden. Plots zet Tyina de race op pauze en zegt verbaasd tegen mij: ''Héé... TY, kijk eens wat er met ons gebéúrt'' Ik leg mijn eigen computertje op bed neer, en kijk om me heen. Wat is het bed opeens gróót...! Ik voel iets jeuken binnenin me. Ik kijk naar mijn wittewolvenpoten, en ik kan mijn ógen niet geloven! Ik weet zeker dat ik even geleden met mijn voor- en achterpoten, allebei de bedranden kon raken, maar dat kán ik opeens niet meer! ''We... We krímpen!'' zeg ik verrast, ''we zijn aan het krimpen, allebei!'' Tyina zie ik intussen verwonderd achteromkijken naar haar rug, en vervolgens haar eigen poten bestuderen. ''Je hebt helemaal gelíjk, TY!'' bevestigt ze, ''we beginnen jónger te worden! Kom, laten we snel Vanessa opzoeken, misschien weet zíj wel wat er aan de poot is'' Tyina stapt van het bed, en ik hoor haar luierbroekje over het stof van het matras vegen. Ik klim ook van het bed en loop haastig achter haar aan. We laten onze spelcomputertjes liggen en gaan op zoek naar Vanessa.
Drie minuten gaan voorbij. Nog steeds hebben wij Vanessa niet gevonden. Ze zit niet op het toilet, ze is niet in de hallen van het gebouw, en óók niet in één van de andere kamers waarvan de deuren niet op slot zijn. Tot slot zegt Tyina tegen mij dat we dan maar buiten moeten gaan zoeken. Intussen zijn we beiden alweer zodanig gekrompen dat we wel schoolkinderen lijken! Wanneer we bij de grote, glazen voordeuren van de lobby arriveren, weten Tyina en ik slechts met vereende krachten de gouden deurklink naar beneden te trekken door er samen met elk één poot aan te gaan hangen. Dat zegt eigenlijk al genoeg. Nu de deur open is, rennen we allebei naar buiten. Wat een geluk, daar komt Vanessa nét aanlopen. ''Vanessa!'' roep ik al, ''we-'' ''Jongens!'' antwoordt zij onmiddelijk, verbaasd, ''wat is er met júllie aan de hand?'' De vrouw hurkt voor ons neer, zodat we allebei tegen elk van haar knieën kunnen leunen. ''We...'' hijg ik, ''we... zijn... we worden steeds kléíner...!'' ''Ik zíé het, jongens'' antwoordt Vanessa, ''hoe komt dat toch?'' ''Geen flauw idee'' zucht Tyina terwijl ze gaat zitten, ''zou het misschien komen door de luiers die we nu omhebben?'' ''Nou, kinderen toch'' sust Vanessa. Ze staat weer op: ''Kom maar snel met mij mee, dan gaan we kijken wat we eraan kunnen doen'' Allebei lopen we onrustig achter Vanessa aan, het lobbygebouw weer in. Tyina loopt voor mij uit, de vele trappen op, en ik kan met moeite de lange stenen wenteltrap beklimmen. Intussen zijn we alweer een stuk jonger geworden. Eindelijk arriveren Vanessa, Tyina en ik bij de huiskamer van Tyina, en Vanessa laat ons door de deur naar binnen lopen. ''Nou zeg'' merkt Tyina op, ''ik kom met mijn kop al niet meer boven de commode uit! Dat betekent vast niet veel goeds'' Vanessa helpt ons één voor één op de commode en trekt ons allebei de luierbroekjes uit. ''Jóngens, nou stoppen hoor'' zegt ze vervolgens bezorgd, ''straks kunnen jullie niet eens meer lopen!'' ''Nou, dat kon ik als pup al hoor, Vanessa'' antwoord ik, ''jij ook, Tyina?'' De tijgerin, die op haar beigekleurige, gestreepte rug naast me is gaan liggen, schudt langzaam haar kop: ''Nee... Ik leerde het pas toen ik zo’n twee jaar oud was, als ik het me goed herinner'' Nu ons allebei de luiers zijn uitgetrokken, verdwijnt eindelijk het kriebelende gevoel uit onze lichamen. Ik zeg het tegen Tyina, en zij concludeert: ''Het komt dus door de luiers. Ik denk dat wij even geleden allebei krimpluiers om hebben gekregen -- toen we vanmorgen door Vanessa verschoond werden, bedoel ik. Dat soort luiers zitten, als ik het goed heb, altijd in van die stevige, oranjegekleurde pakken'' Dan kijkt ze naar Vanessa, die net naar de commode is teruggekeerd met één zo’n pak onder haar rechterarm, een paarse dit keer. ''Wat zijn jullie scháttig, jongens!'' kirt ze, ''eens kijken of jullie déze nu zullen passen...'' Tyina en ik liggen allebei op onze rug op de commode afwachtend toe te kijken, terwijl Vanessa het paarse pak op het grote bed neerzet en het openmaakt. Ik zie een groot getal op de voorkant van het pak staan: Een vier. ''Luiermaat víér?'' zeg ik stomverbaasd, ''zijn we alweer zó klein?'' Tyina haalt haar schouders op: ''Misschien wel, TY. We zullen het wel zien'' Wanneer ik me instinctief met mijn achterpoten door de broekspijpen van het luierbroekje laat glijden, sta ik páf. Het pást ook nog! ''Tyina, het pást mij gewoon!'' roep ik uit. Dan is Tyina aan de beurt. Het luierbroekje dat zij omkrijgt, zit ook als gegoten! ''M-Mij ook! H-Het past mij ook al!'' stottert Tyina, ''weet je wat dit betekent, TY?'' Ik kijk haar aan. Wanneer Tyina merkt dat ik het antwoord op haar vraag niet kan geven, geeft ze het zelf: ''Dit betekent dat we alweer kléúters zijn!'' Zij lijkt er minder van te zijn geschrokken dan ik. Tyina is eerder verrást door de situatie. Maar dán bedenk ik me opeens dat dit ook kánsen kan bieden. Vanessa zei ons toch enige tijd geleden dat we naar het strand toe zouden gaan? Nou, misschien kunnen we wel van onze huidige leeftijden gebruikmaken! ''Hoe... hoe oud zijn we nu eigenlijk?'' vraag ik aan Vanessa. ''Oei, ik denk...'' zegt Vanessa langzaam, ''víjf? Víér, misschien zijn jullie wel dríé jaar!'' Voorzichtig tilt ze ons van de commode en draagt ze ons met beide armen door de kamerdeur naar buiten, de wenteltrap af. Het paarse luierpak heeft Vanessa intussen in een grote winkeltas weggestopt die ze vervolgens over haar schouder heeft geslagen. We worden helemaal naar beneden gedragen, en tot die tijd klampen Tyina en ik ons zo goed als we kunnen vast aan de schouders van Vanessa.
Eénmaal beneden aangekomen, zet Vanessa ons één voor één op de grond, en ze wenkt ons om achter haar aan te komen. Buiten zien we een kleine, groene auto staan, die op het nabije parkeerterrein is neergezet. Vanessa leidt ons erheen, opent één van de passagiersdeuren en zegt dat wij achterin de auto op de bank mogen gaan zitten. ''Nou, kinderen'' begint ze, terwijl wij de achterbank opklauteren, ''ga allebei maar rechtopzitten, dan doe ik jullie de gordels wel even om'' Ik laat me, net als Tyina, met de onderkant van mijn knisperende luierbroekje op het zachte leer ploffen. Vanessa ziet dat ik met mijn kopje nauwelijks boven het zijraam uit kan komen, en zegt: ''Oh. Lay, ik zie dat je een verhoginkje nodig hebt. Kom maar eventjes overeind, dan zal ik een zitje voor je pakken'' Ik richt me op, beweeg me weg van mijn zitplaats en wacht. Na wat te hebben gerommeld in de achterbak, komt Vanessa weer tevoorschijn, met een leren zitje met plastic leuninkjes eraan. Dat maakt ze vervolgens vast aan de grote achterbank met wat gordels. Dan tilt ze mij op en plant ze mij in het zitje. ''Ziezo, nou de riempjes nog...'' mompelt ze. Ik krijg een harde, smalle gordel om, die van de ene kant van mijn middel tot aan mijn schouder aan de andere kant wordt vastgemaakt. Ik zit. ''Eh... moet ik ook in een zitje, Vanessa?'' vraagt Tyina. ''Nou, ik denk niet dat jíj dat nodig hebt, meisje'' antwoordt Vanessa, ''voor zover ik kan zien kom jij gewoon met je hoofdje boven de rand van de deur uit. Het mág wel, als je het wilt'' ''Nou, ik ben tóch al zo’n grote kleuter die haar luier niet droog kan houden'' grapt Tyina, ''ik vind het niet erg als ik ook in zo’n kinderstoeltje moet zitten, hoor'' En dus gaat Vanessa kijken of ze nóg een kinderzitje achterin heeft liggen. Dat heeft ze. En wanneer Tyina veilig en wel in haar stoeltje zit, stapt Vanessa achter het stuur en rijden we richting het strand.
Al een minuut of vier zitten Tyina en ik, vanuit onze zitjes, ieder door ons eigen raam naar buiten te kijken. Intussen praten we met elkaar over wat we op het strand zullen gaan doen; of er misschien andere kinderen zijn waarmee we lol kunnen maken; of de golven lekker maar niet te wild zullen zijn. En wellicht kunnen we aan het eind van de dag wel met z’n drieën iets lekkers eten op een terras! ''Eh... Vanessa'' zeg ik, terwijl ik met een pootje over mijn luierbroekje aai, ''ik denk dat ik moet plassen'' ''Oh, lieverd'' antwoordt Vanessa terwijl ze mij met behulp van de achteruitkijkspiegel aankijkt, ''moet je héél nodig? Houd je nog éventjes in, we zijn er bijna. Kun je dat?'' Ik knik. Maar juist op dat moment zie ik dat Tyina naast mij het ook moeilijk kan ophouden, en dus moet ze het allemaal meteen laten lopen. Haar luierbroekje begint dikker te worden, en vervolgens voelt Tyina dat het soppig wordt en begint te slinken. Vanessa zucht. Niet uit irritatie, maar uit bezorgdheid. Tja, als je zo klein bent kun je er vaak niks aan doen. Beduusd kijkt de arme kleutertijgerin naar haar plastic zitje, dat nu ook nat begint te worden. ''Nou, niet getreurd, liefjes'' troost Vanessa, ''kijk eens! We zijn er eindelijk'' Ik geef Tyina een schouderklopje, maar ik sta ook op springen en moet uitkijken dat ik niet óók de halve achterbank onder plas. Dan voelen we de auto tot stilstand komen en maakt Vanessa de deur aan Tyina’s kant open. ''Meisje toch...'' troost ze. Ze haalt een tissue uit een klepje dat zich naast de airbags bevindt, en begint zowel Tyina’s onderlichaam als het natte gedeelte van het zitje en de achterbank langzaam droog te deppen. Wanneer ze daarmee klaar is, verlost ze ons allebei uit onze kinderzitjes, door de gespen die om onze buikjes zijn gesnoerd los te klikken. Dit doet ze met van die rode drukknoppen, die je meestál in auto’s aantreft. Tyina is de eerste die de auto uitklimt, en meteen ploft ze met haar natte luierbroekje (''Kuch! Auwie!'') op de hete, stoffige grond neer. Dan kom ik ook de auto uit, en ik kom keurig met allevier mijn witte pootjes op de grond terecht. Het felle zonlicht prikt in mijn ogen, en wanneer ik ze dicht knijp en weer open doe, zie ik dat Tyina door Vanessa wordt opgetild. ''Kom je ook, Lay?'' vraagt Vanessa, ''daarginds zie ik een WC-hokje, daar zal ik jullie verschonen!'' Ik wil nét een stap zetten, maar dan voel ik iets. Er stroomt iets warms langs mijn vacht tussen mijn achterpootjes, en ik voel mijn luierbroekje zwaarder worden. ''Oh'' zeg ik zacht, ''wel, het zou niet lang duren voordat ik óók nodig moest, en ik ben blij dat ik het heb kunnen ophouden toen we nog in de auto zaten'' Ik sta tegen mezelf te praten, want Vanessa is intussen al met Tyina naar de toiletten toe. Ik waggel erachteraan.
Terwijl ik op de WC-ruimte afloop, kijk ik verwonderd in de richting van het strand. Er is hier totaal niemand! Het hele strand is leeg. Het enige dat ik kan zien, zijn een opblaasband met een flamingokop, met een zonnebril erop getekend; een achtergelaten, afgetrapte bal bestaande uit een geelkleurige stof; en een klein, felgekleurd speelgoedvrachtwagentje dat op z’n kant ligt en gedeeltelijk met zand is bedekt. ''Hier zijn dus al een aantal kinderen geweest'' mompel ik, ''maar ze zijn vergeten hun spullen weer mee naar huis te nemen...'' Ik besluit er niet meer op te letten, want ik hoor Vanessa vanuit de WC-ruimte mijn naam roepen: ''Lay? Kom maar! Híér zijn we, hier binnen! Kom maar, jochie!'' Blijkbaar was ik even afgeleid. Eindelijk loop ik het gebouw van dik steen binnen, en daar zie ik Vanessa staan, die de schoudertas met zich mee heeft genomen en nu kleine Tyina aan het afdrogen en aan het verschonen is op een uitklapbare commode. ''Nou nou, Tyina'' zegt Vanessa, ''kom, ga nou eens rustig op je rug liggen. ...góéd zo. Grote méíd ben je toch! Daar komt-ie dan...'' Vanessa trekt de kleine tijgerin haar natte luier uit, maakt haar schoon met een handdoek en helpt haar uiteindelijk met haar achterpootjes door de pijpjes van een ietwat anders ogende luier. Tot slot geeft Vanessa Tyina, die speels met haar voorpootjes door de lucht slaat, een liefdevol neusje. ''Zó, dat is één!'' spreekt Vanessa, en ze tilt Tyina van de commode en zet haar op de tegelvloer neer. Dan kijkt Vanessa in mijn richting: ''Ah. Lay, dáár ben je dan! Kom, dan krijg jij óók je zwemluier om. Kunnen jullie straks lekker in het water met de andere kinderen spelen'' ''Er zíjn geen andere kinderen'' spreek ik tegen. ''Eh... oh nee?'' vraagt Vanessa verbaasd. ''Nee'' zeg ik, terwijl ik op de commode wordt geholpen en net als Tyina een zwemluier omkrijg, ''er is daar werkelijk níémand. Het enige dat ik zag liggen was een gele voetbal, een opblaasband en een speelgoedvrachtwagentje'' Vanessa maakt mijn zwemluier iets steviger vast en zet mij vervolgens vlakbij Tyina neer, op de gladde tegelvloer. Dan loopt zij de hoek om, stapt door de deuropening naar buiten toe, en ziet buiten precies wat ik net aan spullen opnoemde. Tyina en ik lopen achter Vanessa aan, de hete zon tegemoet. ''Nou, dat is ook wat'' zegt Vanessa verbaasd, en ze zet haar handen in haar zij, ''je zou toch denken dat er op dit strand een heleboel mensen rondlopen, met dit mooie weer?'' Tyina en ik knikken. Dan zetten we ons in beweging. Tot nu toe bevonden we ons alledrie op een stoffige, korrelige grond, maar die wordt met iedere stap die we zetten zanderiger. Tenslotte lopen we naast elkaar over niks anders dan heet strandzand. Ik blijf eventjes staan wanneer ik in de verte iets langwerpigs en roods denk te kunnen spotten. Tot dan toe dacht ik dat ik daar een slanke man in een rode regenjas zag staan, maar naarmate ik eropaf ren, blijkt het gewoon een ingeklapte rode parasol aan een stokkie te zijn! En van het witte metaal waaruit de in het zand geplante paal bestaat, dacht ik dat het de witte broek van de ''man'' was. Kinderen en hun verbeelding ook altijd!
Tyina ziet dat ik het eindelijk doorheb en moet lachen: ''TY, da's toch geen mán, gekkie, dat is een parasól!'' Ik kijk om en lach verlegen terug. Vanessa vindt het ook grappig. Tyina heeft intussen de gele voetbal en de opblaasband met de flamingokop ontdekt: ''Jongens! Kijk eens wat ik hier allemaal zie liggen! Hiermee kunnen we in de zee spelen!'' Ik loop nieuwsgierig op de tijgerin af en mijn korte witte staartje zwaait opgewonden heen en weer. ''Weten jullie zeker dat deze dingen niet van andere mensen zijn, kindjes?'' waarschuwt Vanessa ons. ''Waar zie jij dan andere kinderen?'' is het brutale maar lief bedoelde antwoord van Tyina, die de gele bal met een poot oppakt. ''Nou'' legt Vanessa uit, ''straks komen de mensen hier misschien wel terug om hun vergeten spulletjes op te halen, en dan is het toch niet leuk als zij zien dat wij er zomaar mee spelen?'' Daar zegt Vanessa wat. Maar zodra zij onze teleurgestelde gezichtjes ziet, neemt ze een besluit: ''Weet je wát? We spelen er héél even mee, en dan leggen we al deze spulletjes wel naast de WC-ruimte; daar zag ik net namelijk een lage metalen bak op de grond staan, en ik denk dat daar de gevonden voorwerpen in horen te liggen'' Tyina en ik gaan met onze dikke zwemluiers in het warme zand zitten en geven elkaar een high-five. Vervolgens rent Tyina, met de gele bal tussen haar tandjes geklemd, van ons weg, en ik ren erachteraan. Alleen let ik niet op het plastic speelgoedvrachtwagentje dat in het zand ligt, en ik blijf er pardoes met een achterpootje aan haken. Vervolgens val ik voorover en plof ik met mijn buikje in het zand neer. Vanessa wil mij helpen om overeind te komen, maar kan haar gegrinnik niet verbergen. Ik krabbel zelf overeind en schud dan het zand uit mijn witte vachtje. Ik geloof dat ik inmiddels ook zand in mijn luier heb zitten. Ik voel eraan, maar nee. Geen zand in m’n luier. Gelukkig. Ik kijk naar rechts, en zie daar Tyina met haar gele bal in de richting van de golven lopen. ''Mag ik ook mee, Vanessa?'' vraag ik aan de verzorgster, terwijl ik ongeduldig met een pootje aan haar broek trek. Maar Vanessa heeft helemaal geen aandacht voor mij. Ze roept enkel: ''Tyina! Tyina, kom eens terug!'' Maar de kleine tijgerin hoort het geroep niet. Zij is alleen maar bezig met haar gele balletje en de golven van de zee – de zee die inmiddels steeds ruiger begint te worden.
Geschrokken kijk ik toe hoe Vanessa haar schoudertas op de grond gooit, bij mij vandaan rent en met haar schoenen nog aan het water in stapt. Het moment daarop verschijnt een grote golf aan de horizon. Ik durf te wedden dat die golf wel twee meter hoog is! Nu besluit ik ook in actie te komen, en ook ik ren nu op de zee af en spring het water in. Het zeezout prikt in mijn ogen terwijl ik de ene golf na de andere weet te trotseren. Wanneer Tyina Vanessa’s geroep eindelijk hoort, kijkt ze in de richting waar ze denkt dat het vandaan komt. Daardoor ziet ze de enorme golf niet aankomen, die haar met bal en al moeiteloos opslokt en met grote kracht verder de zee in sleurt! Vervolgens, geschrokken, doet ze wat ieder kind in deze situatie zou doen: Tyina begint wild om zich heen te slaan en te schoppen met al haar pootjes. Een paar seconden is ze met haar kop onder water, en ze hapt dan ook zwaar naar lucht wanneer ze eindelijk weer boven weet te komen. Plotseling ziet ze iets groots heel vlug op haar afkomen. ''H-Haai!'' roept ze uit. Het gedrocht pakt haar stevig bij haar middel vast en beweegt zich met moeite in de richting van het strand. Hierbij komt de doodsbange Tyina nóg een keer met haar kop onderwater, maar zodra ze weer boven komt, ontdekt ze tot haar gróte opluchting, dat ze al die tijd werd vastgehouden door de handen van onze trouwe verzorgster Vanessa. Intussen heb ik alle moed bij elkaar geraapt en ben ik mij zo goed als ik kan door het golvende water aan het voortbewegen. ''Tyina!'' roep ik geschrokken, ''Tyina, gaat ’t goed met je?!'' Tyina kan alleen maar hoesten, en ze voelt hoe Vanessa haar optilt, met haar over een schouder geslagen met stevige passen door het zeewater loopt en uiteindelijk de zee uitstapt. Dan haalt Vanessa de kleine tijgerin van haar schouder en legt ze de kleine drenkeling neer in het zand, een aantal meter bij het gevaarlijk golvende zeewater vandaan. ''Nou, nou, meid toch!'' troost ze, ''wat was je nou aan het dóén? Je verdronk bijna!'' Intussen ben ik ook het water uitgekomen, en ik schud mijn doorweekte witte vacht droog. Nu opent Tyina langzaam haar oogjes. ''V-Vanessa...'' kreunt ze, ''je... je hebt me g-gered...'' ''Meisje, kom eens hier'' sust Vanessa, ''hoorde je mij niet roepen vanaf de kust? Hm?'' Tyina schudt haar kopje, maar ze durft verder niks te zeggen. Dan kucht ze een aantal keer. Ze kijkt opzij en ziet dat ik, net zo nat als zij, bij haar ben gaan zitten. ''Gaat ’t wel, Tyina?'' vraag ik nogmaals. ''H-Het... (Kuch!) ...het gaat alweer, TY...'' kreunt Tyina nu. Dan richt de kleine tijgerin zich tot Vanessa: ''Ik... ik dacht... (Kuch!) ...dat ‘r een háái op me af kwam zwemmen'' ''Dat was Vanessa die jou probeerde te redden'' leg ik uit. Nu lukt het Tyina om zich op haar buik te draaien, zodat ze met haar staart in onze richting, op haar buik in het zand komt te liggen. Dan staat Tyina langzaam op en schudt ze zichzelf zo goed als ze kan droog. Vanessa moet een stap achteruitzetten om niet natgespetterd te worden! Tot slot draait Tyina zich om en begint ze uitbundig kopjes te geven tegen het linkerbeen van Vanessa. ''Dánk jullie wel'' zucht Tyina, ''als ik jullie niet had, was ik nu door de zee opgeslokt!'' Vervolgens omhelst ze mij, en ik pak mijn vriendinnetje stevig vast en knuffel haar. ''Het geeft niet, lieverd'' troost Vanessa, terwijl ze de kleine tijgerin een aai over de rug geeft, ''maar je moet wel uitkijken, hé, met de zee. Je kunt zomaar door de branding het water in getrokken worden'' Ik laat Tyina los en denk na: Zou Tyina weten wat een branding is? Weet ik dat eigenlijk zélf wel? Het doet er niet toe. Tyina is gered. Daar gaat het nu om. ''Komen jullie, kinderen?'' vraagt Vanessa terwijl ze voor ons uit loopt, ‘''k zal jullie in de toiletten allebei een schone luier omdoen, en dan gaan we naar huis'' Ik kijk verbaasd naar Vanessa: ''M-Maar we zouden toch... met z’n drieën iets lekkers gaan eten op ’n terras, voordat we weggingen?'' ''Oh ja'' zegt Vanessa dan, ''je hebt helemaal gelijk, Lay. Nou, dan gaan we terug naar de auto, en van dááruit zullen we een eettentje gaan zoeken. Oh, en ik zie daar m’n tas nog liggen, die zal ik maar snel oprapen'' Ik loop achter Vanessa aan, en Tyina volgt me. Met z’n drieën wandelen we over het strand terug naar de parkeerplaats.
Daar, in één van de stoffige vakken, zien we de groene auto van Vanessa staan. Verschillende ramen zitten inmiddels ónder het stof, en Tyina en ik beginnen te hoesten wanneer Vanessa de achterklep openmaakt. De tas heeft ze nog steeds om haar schouder. We zien dat Vanessa iets groots en zwarts naar buiten trekt en het openvouwt. Voor onze neus staat nu een grote, zwarte buggy, met een metaal geraamte en vier kleine wieltjes van hard plastic. ''Deze heb ik dus voor jullie meegenomen, jongens'' spreekt Vanessa, ''maar nou ga ik jullie éérst even allebei een schoon luierbroekje aantrekken, want dat hebben jullie ongetwijfeld hárd nodig'' Eigenlijk wilde Vanessa ons in de toiletruimte verschonen, want dát zei ze immers tegen ons, op het strand. Maar we hoeven nu niet meer naar de toiletruimte; nu heeft Vanessa híér de tas op de grond gezet, en ze haalt er meteen twee luierbroekjes voor ons uit. Eén voor één gaan Tyina en ik in de laadruimte van de auto liggen. We worden met een doek van het zoute zeewater in onze vachten ontdaan en krijgen vervolgens allebei een droog luierbroekje aan. ''Kom, kindjes'' zegt Vanessa dan, ''klim maar in de buggy en ga lekker zitten, dan gaan we met z’n drietjes een leuk restaurantje opzoeken!'' Dat laten wij ons geen tweede keer zeggen! Allebei glijden we in onze schone luierbroekjes de laadruimte van de auto uit. Zonder enige moeite klauteren Tyina en ik vervolgens in de buggy, en we laten ons in de zachte zitplaatsen van leer zakken. ''Zitten jullie lekker?'' wil Vanessa weten. ''Ja hoor'' zucht Tyina terwijl wij ons allebei ontspannen, ''we smélten weg in onze schone luiers'' Ik ben het helemaal met mijn grotere kleine vriendin eens! ''Nou, daar gaan we dan'' sluit Vanessa af. En ze rolt de buggy voor zich uit. Tyina en ik geven elkaar vanuit de buggy een high-five. Op naar het restaurant!
Het café is niet ver weg. Nadat Vanessa ons in de buggy over een grindpaadje heeft gereden, dat de parkeerplaats met een laan van huizen verbindt, kan ik vanuit mijn zitplek al een paar tafeltjes voor een groot huis zien staan. Tyina en ik worden in de buggy over een houten oprijlaan gerold, zodat we de van metaal gemaakte eettafels vanuit een dichterbij perspectief kunnen bewonderen. Wat is alles toch gróót wanneer je een tweetal kinderen bent dat in een kinderwagen zit! ''Hier is 't óók al zo verlaten'' merk ik op. ''Ik hoorde vanaf het strand ook helemaal niemand'' vult Vanessa aan, ''misschien is iedereen wel naar z’n werk en naar school!'' ''Nou'' spreekt Tyina tegen, ''als er nu werk zou moeten worden gedaan, dan zou daar toch echt wel iemand achter de bar staan'' Daar moeten Vanessa en ik de kleutertijgerin gelijk in geven. Juist op dat moment horen we een stem vanuit de open bar in de hoek van het terras: ''Héé, hallo! Kan ik U helpen, mevrouw?'' Vanessa kijkt in de richting van de bar, en ziet dan een dikke man in een keukenoutfit achter de houten toonbank naar ons zwaaien. Vervolgens tilt ze ons allebei uit de buggy en loopt ze, met ons ieder op een schouder, op de bar af. ''Ik wilde iets lekkers bestellen voor mij en voor deze twee kinderen'' vertelt ze. ''Nou, zeg mar wat jullie hebbe wille'' spreekt de man op een platte toon. Ik kijk naar een kleurig bord dat binnen aan het plafond hangt, en ik kies een raketijsje. Tyina wijst met haar klauwtje naar een ijslolly die op het bord is afgebeeld, in het bovenste rechterhoekje. Vanessa betaalt, en neemt voor ons de door ons uitgekozen lekkernijen aan. Dan geeft Vanessa de ijsjes aan ons en loopt ze naar een hoge houten tafel, die in een hoekje tegen een muur in de schaduw staat. En niet veel later staat Vanessa trots toe te kijken hoe wij, in twee voor ons gereserveerde, witte kinderstoelen, van onze ijsjes zitten te smikkelen. ''Och, Lay, kindje'' zegt ze wanneer ze een roodoranje straaltje langs mijn kin en mijn buikje naar beneden ziet druipen, ''je lekt'' Ik kijk verward naar het luierbroekje dat ik omheb: ''Ik ben nog gewoon droog, hoor'' Vanessa lacht. ''Nee, liefje'' zegt ze, ''ik bedoel je ijsje. Het is aan het smelten'' Dan zie ik eindelijk wat Vanessa bedoelt. Al vóór ik met mijn lege pootje over mijn buik kan vegen, heeft onze verzorgster mij al schoongemaakt met een dun servetje, dat ze van het tafeltje heeft gepakt. ''Ik vind m'n ijsje lekker, Vanessa!'' zegt Tyina, die naast mij haar ijslolly al bijna opheeft. Haar toet zit echter óók helemaal onder de witte en bruine kleverige restanten van de lolly. Ook de kleine tijgerin wordt door Vanessa met een doekje schoongemaakt. ''Ja? Vind je 'm lekker?'' kirt Vanessa dan. Tyina knikt tevreden. ''Vind jij jouw ijsje ook lekker, Lay?'' vraagt Vanessa dan aan mij. ''Ik vind 't heerlijk, Vanessa!'' antwoord ik. Nogmaals druppelt er een beetje ijs langs mijn zwarte neusje en over mijn witte kinnetje naar beneden. Vanessa maakt me schoon met een nieuw servetje. Wanneer Tyina en ik onze ijsjes allebei ophebben, worden we uit onze witte hoge kinderstoelen gehaald en weer naast elkaar in de buggy gezet. Tenslotte rijdt Vanessa ons het terras af en terug naar de auto, die nog altijd op ons wacht op de parkeerplaats.
Wanneer we bij de knalgroene auto aankomen, controleert Vanessa onze luierbroekjes. Tyina en ik liggen hiervoor weer op onze rug in de laadruimte van de auto. ''Ja hoor, ik heb weer in m'n luier gepoept, Vanessa...'' zucht Tyina, ''kleine, kleine baby die ik ben'' ''Nou nou, Tyina meisje'' sust Vanessa, terwijl ze een paar luierbroekjes uit het paarse pak haalt dat ze onderin de buggy heeft gestopt, ''je hoeft jezelf toch niet te kleineren, enkel omdat je incontinent bent?'' Maar uiteindelijk snapt Vanessa wel waarom Tyina zo over zichzelf denkt, helemaal nu we zijn verkleind tot kleuters. Ik voel nu ook met een pootje aan de voorkant van mijn eigen luierbroekje, en dat is inmiddels óók nat. Iedere keer dat ik een stukje van het waterijsje doorslikte, smolt dat stukje in mijn buikje, en al dat water moet er op den duur ook weer uit. Nadat Vanessa ons allebei een schoon luierbroekje heeft aangetrokken, zegt ze dat we allebei aan één kant van de auto op de achterbank kunnen gaan zitten. Dat doen we, en in no-time zitten we keurig met onze riemen om, in onze eigen kinderzitjes, achter in de auto. Tenslotte klapt Vanessa de buggy in en stopt ze die veilig weg in de laadruimte. Terwijl Tyina en ik in onze schone luierbroekjes nakletsen op de achterbank, rijdt Vanessa terug naar de grote stad, om ons daar vervolgens allebei uit de auto te laten stappen -- met wat nodige hulp van Vanessa, natuurlijk. Daarop bewegen we ons richting de grote glazen deuren van het Lobbygebouw. ''Wij tweeën konden, toen we nog aan het krimpen waren, nét niet bij de deurklink, Vanessa'' legt Tyina uit. ''Nee'' voeg ik toe, ''maar toen sprongen we allebei tegen de gouden klink op en hingen er samen aan. En toen ging-ie open!'' Vanessa lacht: ''Nou, nu hoeven jullie dat niet te doen, kindjes. Ik zal de deur wel voor jullie openmaken. En jullie zijn intussen alweer véél te klein – jij ook hoor, Tyina – om de deurklink te bereiken'' Daarop opent Vanessa de deur, zodat we alledrie naar binnen kunnen en de wenteltrap kunnen trotseren. ''Ho, kinderen, ik kan dat niet zo snel als jullie, hoor'' zegt Vanessa nog tegen ons. Maar wij zijn al naar boven aan het klauteren. Tyina roept mij, want ik ben al verder gekomen dan Vanessa en zij. Daarop sta ik stil en wacht ik rustig tot Vanessa en Tyina mij bereikt hebben. Dan zetten we met z’n drieën onze klim voort. Tyina haalt mij in, en is daarom de eerste die de deur van haar kamer bereikt zodra we daar arriveren. Rustig gaat Tyina zitten, en ze wacht tot Vanessa de kamerdeur voor haar opent – ze is momenteel ook te klein om bij déze deurklink te kunnen. Nadat we alledrie de kamer binnen zijn gelopen, doet Vanessa de deur achter zich dicht en zet de tas, die ze nog altijd over haar schouder heeft, neer naast het bed dat in de kamer staat. ''Zo, kindjes, we gaan een slaapje doen'' zegt Vanessa terwijl ze het luierpak uit haar tas haalt, ''jullie zullen wel moe zijn allebei, nadat dat dagje op het strand een onverwachte wending nam, hé?'' Braaf gaat Tyina op het bed liggen: ''Ik ben nog helemaal niet moe, hoor'' Maar een grote gaap die volgt, verraadt haar. Ik moet toegeven dat ik zelf óók best zin heb om te gaan slapen. Uitgeput klauter ik ook op het grote bed en plof ik neer op mijn buik, vlak naast mijn oudere kleine tijgervriendinnetje. Allebei draaien we ons op onze rug, en we voelen hoe Vanessa ons de luierbroekjes uittrekt en ons allebei een schoon luierbroekje omdoet. Ik kijk verbaasd wanneer ik erachterkom dat ík nu degene ben die in zijn luier heeft geplast. Tyina is, sinds wij na onze luiercheck op de parkeerplaats bij het strand uit de laadruimte van de groene auto gleden, droog gebleven. ''Ik denk...'' zeg ik grinnikend tegen Tyina, ''...dat ik nu een kleinere baby ben dan jij, Tyina'' ''D’aww, TY...'' antwoordt zij, ''dat is toch leuk, om eens zo'n gevoel te hebben? Ik vind 't niet erg. Verschil moet er zijn, toch?'' Ik knik. Dan worden we allebei door Vanessa opgetild en aan het kusseneind van het bed gelegd. Tot slot stopt Vanessa ons beiden toe door het warme laken over ons heen te leggen en ons welterusten te zeggen.
De volgende ochtend begint met een aantal zwakke zonnestralen, die de gebouwen van de stad verlichten en nog net tussen de gordijnen en het raamkozijn van Tyina's kamer door weten te schijnen. Tyina is de eerste die haar ogen opent. Ze kijkt opzij en ziet dat ik nog lig te slapen. De Geluierde Tijgerin bekijkt haar poten, en denkt: ''Nee máár! We zijn weer groot! We zijn onszelf weer! Zijn we vannacht weer gegroeid tot volwassenen?'' Tyina knippert de slaap uit haar ogen, en dan gaat de voordeur van de kamer open. Vanessa komt zachtjes binnen, om te kijken hoe het met haar twee kleine bolletjes vacht gaat. Alleen zijn die twee kleine bolletjes vacht nu niet zo klein meer. Vanessa wil tegen Tyina zeggen dat ze verrast is doordat ze ons weer als volwassenen aantreft. Maar voordat ze dat kan doen, kijkt de tijgerin haar in de ogen en zegt zacht: ''Ssst... TY slaapt nog'' Daardoor kan Vanessa haar zin niet afmaken, maar Tyina weet al wat Vanessa wil zeggen. Ik hoor intussen óók wel wat er gebeurt, maar het stoort mij niet. Ik blijf gewoon lekker doorslapen. Ik heb allang gemerkt dat onze verzorgster de kamer binnen is gekomen. Uiteindelijk doe ik dan toch maar mijn ogen open, en wanneer ik omkijk, zie ik dat Vanessa aan mijn kant van het bed is gaan staan om ons allebei te aaien. Nu ze weet dat wij beiden wakker zijn, durft ze tegen ons te zeggen: ''Kijk nou... Jullie zijn weer gróót, jongens. Jullie zijn weer volwassenen'' Tyina draait zich op haar rug en duwt haar helft van het laken van zich af. ''Ja, we zijn dan wel weer groot...'' zegt ze lachend, ''...maar toch konden we onze luiers vannacht niet droog houden. Ik niet, althans'' Ik rek me uit: ''Ik ook niet hoor, Tyina. Onze luierbroekjes zijn misschien met ons meegegroeid, maar ik durf te wedden dat we vóór onze groei nog flinke peuters waren, als je in acht neemt hoe schoon onze broekjes nu zijn. Want, eh... dat zijn ze namelijk níét. Kijk maar'' En wanneer ik Tyina en ook Vanessa mijn luierbroekje laat zien, ontdekken we alledrie dat ik net als Tyina óók in mijn luier heb geplast. ''Jij moest volgens mij een grote boodschap doen door die chocolade ijslolly, Tyina'' concludeert Vanessa, ''en jij, Lay, waarschijnlijk heb jij vannacht nog het laatste beetje van je raketijsje in je luier uitgeplast'' Vanessa aait ons allebei, en verdwijnt vervolgens in het luiermagazijn om met een nieuw pak terug te komen. Het is nog helemaal afgesloten, dus het is splinternieuw. Ik ga nu ook op mijn rug liggen, en we horen het zachte geknisper van twee stevige broekjes, die Vanessa uit het luierpak heeft gehaald nadat ze het aan de bovenkant heeft opengereten. ''Jullie zijn dan wel weer volwassen'' spreekt Vanessa terwijl ze ons allebei nog eens aait, ''maar ik denk...'' En ze doet ons langzaam één voor één de luierbroekjes om: ''...dat jullie deze alletwee wel goed kunnen gebruiken'' Tyina en ik knikken. Ik voel dat de dikke, witte stof van mijn luierbroekje mijn middel inpakt. Dan kijk ik, net als vanochtend, naar het luierpak en zie ik weer een getal erop staan. Ditmaal is het een acht. Tyina ziet dat ik naar het getal kijk en zegt: ''Nou TY, het is in ieder geval geen maatje vier meer, hé?'' Ik knik. ''Maar goed'' gaat Tyina verder, ''Fyanna zei altijd: Hoe groot of hoe klein je ook bent, er is áltijd wel een luier die je past!'' ''En wie in de luier pást...'' zeg ik. En Tyina maakt de zin af: ''...wie in de luier plást! Haha!'' We lachen allebei. We draaien ons tegelijkertijd op onze buik om languit te gaan liggen en te ontspannen. Doordat ik zo dicht bij Tyina lig, kan ik het niet laten om eventjes met mijn zwarte snuit aan de vacht van de Geluierde Tijgerin te snuffelen. ''Je ruikt erg... zout'' zeg ik. Tyina lacht, en opeens herinnert ze zich wat er vanmiddag met haar gebeurde op het strand. ''Dánk je, TY'' zegt ze. ''Eh... beschouw je het als een compliment?'' vraag ik verbaasd. ''Nee, TY'' antwoordt Tyina, ''nee, ik bedoel, dankjewel dat je mij van de verdrinkingsdood hebt gered, temidden van al het zeewater. En jij ook bedankt, Vanessa'' Ik omhels mijn tijgervriendin. Maar ere wie ere toekomt, eigenlijk vind ik dat vooral Vanessa een rol heeft gespeeld in het voorkomen van Tyina’s verdrinking als kleutertijgerwelpje. Dus terwijl ik Tyina een goeie hug geef, kijk ik over haar beige, gestreepte schouder heen, in de ogen van onze verzorgster Vanessa. ''We zijn je allebei dankbaar, Vanessa'' zeg ik. De reactie van Vanessa is een liefdevolle aai over onze koppen. Ik beloof Tyina dat ik, omdat ze mijn vriendin is, beter op haar zal letten. Op haar beurt belooft Tyina mij dat ze voortaan voorzichtig zal doen in de buurt van de zee, ook al is een tijger de enige kattensoort die dol is op water. Als herinnering aan dit avontuur, bezit Tyina nu de heerlijke zoute geur van de zee, en geloof het of niet: Daar is ze trots op!
EINDE
Category All / All
Species Unspecified / Any
Size 910 x 727px
File Size 438.2 kB
FA+

Comments